Historie

Op de plek waar nu eetcafé De Kers, café en danszaal ‘De Kers’ in Oerle staat, stond vroeger herberg ‘De Drie Zwaantjes’. Er heeft ook nog een poosje een brouwerij gestaan. De schepenen en de borgemeesters van Oerle kwamen in deze herberg om te vergaderen. Tot 1934 bleef in Oerle de naam ‘De Drie Zwaantjes’ in gebruik, na die tijd noemt men het ‘De Kers’. De naam ‘De Kers’ is ontleend aan de familie Kers (voorheen Kirsch) die een tijdje in deze herberg woonde. Het was een ouderwets klein cafeetje met rieten stoelen en wit zand op de vloer. De ingang van het café was toen aan de zijde van de Zandoerlesweg. In 1961 werd het pand gesloopt en werd er een nieuw café neergezet. In 1982 brandde dat geheel af en werd het café opnieuw opgebouwd. In 2007 is het huidige Eetcafé De Kers geheel verbouwd.

De Kers is nu een modern eetcafé / uitgaanscentrum maar vroeger speelde zich in het café een spannend verhaal af: Kaarten met de duivel in café ‘De Kers’. Vroeger was de nachtmis met Kerstmis nog écht een nachtmis: hij begon ’s ochtends om 5 uur!. Om zich niet te verslapen gingen sommige mensen niet naar bed. Ze bleven op tot de klokken waarschuwden dat het tijd was voor de nachtmis. Een aantal mannen ging ook wel eens kaarten in de kroeg. ‘Doorhaauwers’ werden dit soort types genoemd. Dit ‘blijven’ of ‘doorhaauwe’ vond men in het algemeen hoogst afkeurenswaardig zeker als het in herbergen gebeurde. In Oerle in café ‘De Kers’ wilden drie mannen kaarten, maar ze waren met één man te weinig. Het wachten was op een vierde man. Gezeten bij de warme kachel, viel hun ’t wachten op den duur toch wat lang. Had men maar ‘de vierde hand’ gevonden, dan kon men een kaartje leggen tot de Kerstmis begon. Juist wilden ze vertrekken toen er een vreemdeling binnenkwam die wel mee wilde spelen… Men dronk…men speelde…men dronk…men speelde…en terwijl de klok het vijfde uur in de morgen sloeg voor de nachtmis stopten ze niet, maar gingen door. In de warme, met tabaksrook gevulde gelagkamer speelde ’t viertal voort… ’t was tijd – ja meer dan tijd’. ’t Kan nu toch niet meer helpen’, zegt de vreemde, de mis is half uit. Kom geef maar rond, er komen vandaag nog missen genoeg’. De spelers voelden wel, dat ze verkeerd handelden. Het spel wilde ook niet meer vlotten. De hand van een van de spelers beefde, zijn kaarten vielen op de grond. De speler bukt onder tafel, tast in het duister op den vloer en vat – o schrik!- een ruigen bokkenpoot. ‘De vremde had bokspoten’. Bewusteloos viel de kaartspeler op de grond neer. De vreemdeling sprong op en verdween door het raam naar buiten. Een verstikkende zwavelreuk vervulde ’t vertrek. Niemand van het drietal wist er later nog iets meer van hoe hij was thuisgekomen – maar nimmer meer namen ze ’t kaartspel ter hand in den Kerstnacht.

Bronvermelding:
1. Foto’s dateren uit 1938, 1961 vlak voor de sloop, de jaren vijftig toont het interieur. Foto’s uit de collectie van Frans Loots uit Oerle.
2. Jean Coenen, Veldhoven: van Toterfout tot heden. – Veldhoven : Stichting Veldhoven van Gisteren naar Morgen, 2006. – p. 236
3. J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek dl. 2. – p. 107, 110
4. W. Bécourt, de Volksverhalen uit Noord-Brabant. Utrecht : Het Spectrum, 1980. – p. 19 – 20
5. Ben Janssen, het dansmeisje en de Lindepater: sagen en legenden uit Kempen, Meierij en Peel.